We beginnen met een paar algemene vragen. Gebruik de muis om de mate van angst in de volgende situaties aan te geven. We sluiten deze test af met 3 algemene vragen. Vink de uitspraken aan die op u van toepassing zijn.
| geen angst | lichte angst | matige angst | sterke angst | heftige angst | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 6 | U ziet een vliegtuig | |||||
| 7 | U hoort vliegtuiggeluiden | |||||
| 8 | U leest een verslag van een vlucht | |||||
| 9 | U brengt iemand naar het vliegveld | |||||
| 10 | Vrienden vertellen van een vlucht | |||||
| 11 | U besluit om het vliegtuig te nemen |
| geen angst | lichte angst | matige angst | sterke angst | heftige angst | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 12 | U koopt uw vliegticket | |||||
| 13 | U bent op weg naar het vliegveld | |||||
| 14 | U komt de vertrekhal binnen | |||||
| 15 | U gaat langs de marechaussee voor de paspoortcontrole | |||||
| 16 | U wacht op de oproep om aan boord te gaan | |||||
| 17 | U ziet vliegtuigen landen en opstijgen |
| geen angst | lichte angst | matige angst | sterke angst | heftige angst | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 18 | U hoort het geluid van vliegtuigmotoren | |||||
| 19 | U loopt over de pier die u naar het vliegtuig brengt | |||||
| 20 | U gaat door de veiligheidscontrole | |||||
| 21 | U gaat door de slurf | |||||
| 22 | U komt in de vliegtuigcabine | |||||
| 23 | De deuren worden gesloten |
| geen angst | lichte angst | matige angst | sterke angst | heftige angst | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 24 | U wordt op de hoogte gebracht van de veiligheidsvoorschriften door het cabinepersoneel | |||||
| 25 | Het vertrek wordt aangekondigd | |||||
| 26 | De motoren geven vol vermogen voor de start | |||||
| 27 | U wordt in uw stoel gedrukt | |||||
| 28 | Tijdens de vlucht merkt u geluiden op | |||||
| 29 | Het vliegtuig helt voor een bocht naar links of rechts |
| geen angst | lichte angst | matige angst | sterke angst | heftige angst | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 30 | De vleugels van het vliegtuig trillen, bewegen | |||||
| 31 | Er wordt vanuit de cockpit gemeld hoe hoog u vliegt | |||||
| 32 | Het geluid van de motoren wordt minder | |||||
| 33 | Het vliegtuig gaat dalen | |||||
| 34 | Er wordt turbulentie aangekondigd | |||||
| 35 | U wordt door elkaar geschud |
| geen angst | lichte angst | matige angst | sterke angst | heftige angst | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 36 | Het geluid van de motoren wordt weer sterker | |||||
| 37 | De landing wordt aangekondigd |
| Helemaal niet | Een beetje | Nogal | Tamelijk Erg | Erg | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 38 | Ik voel me misselijk of heb buikpijn/maagklachten | |||||
| 39 | Ik bemerk tintelingen of dove gevoelens | |||||
| 40 | Ik heb angst om dood te gaan | |||||
| 41 | Ik heb pijn of een onaangenaam gevoel in mijn borst | |||||
| 42 | Ik tril of beef | |||||
| 43 | Ik kan niet overzien wat er allemaal gebeurt en voel me daardoor erg angstig |
| Helemaal niet | Een beetje | Nogal | Tamelijk Erg | Erg | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 44 | Ik transpireer | |||||
| 45 | Ik voel hartkloppingen of heb een snellere hartslag | |||||
| 46 | Ik ervaar een gevoel van vervreemding of onwerkelijkheid | |||||
| 47 | Dezelfde ideen, dat er iets niet goed gaat, schieten me onophoudelijk door het hoofd | |||||
| 48 | Door spanning ben ik onhandig, stoot dingen om, laat dingen uit mijn handen vallen | |||||
| 49 | Ik kan me niet concentreren omdat ik steeds gedachten heb over nare vliegsituaties |
| Helemaal niet | Een beetje | Nogal | Tamelijk Erg | Erg | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 50 | Ik ben gespitst op elk ander geluid of elke andere beweging van het vliegtuig en vraag me af of het wel in orde is | |||||
| 51 | Ik let continu op de gezichten en het gedrag van het cabinepersoneel | |||||
| 52 | Ik voel me duizelig of heb het gevoel flauw te vallen | |||||
| 53 | Mijn ledematen zijn gespannen en verkrampt, daardoor heb ik de drang te gaan bewegen of lopen | |||||
| 54 | Ik ben kortademig of heb moeite met ademen en hap naar adem | |||||
| 55 | Ik heb angst om gek te worden of de controle over mezelf te verliezen |
| Helemaal niet | Een beetje | Nogal | Tamelijk Erg | Erg | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 56 | Ik krijg ademnood of het gevoel te zullen stikken | |||||
| 57 | Ik heb een droge mond | |||||
| 58 | Ik denk dat uitgerekend het vliegtuig waar ik in zit zal verongelukken | |||||
| 59 | Ik krijg het plotseling warm (opvliegers) of koud | |||||
| 60 | Ik denk ik door mijn angst bewusteloos kan raken of flauw kan vallen |
Vraag 61
Probeert u zich een zo levendig mogelijke voorstelling te maken van de volgende situatie. U bent bang voor de tandarts en moet een lange behandeling ondergaan. Hoe zou u reageren in de volgende situaties? Kruis alle stellingen aan die op u van toepassing zouden zijn.| Ik zou de tandarts precies vragen wat hij allemaal gaat doen. | |
| Ik zou van te voren een kalmeringsmiddel of een borrel tot me nemen. | |
| Ik probeer te denken aan plezierige herinneringen. | |
| Ik zou willen dat de tandarts me vertelt wanneer ik pijn kan verwachten. | |
| Ik zou proberen te gaan slapen. | |
| Ik zou op alle handelingen van de tandarts letten en luisteren naar het geluid van het boren. | |
| Als ik mijn mond spoel kijk ik of het water bloed uit mijn mond bevat. | |
| Ik probeer raadsels (in mijn hoofd) op te lossen. |
Vraag 62
Probeert u zich een zo levendig mogelijke voorstelling te maken van de volgende situatie. U wordt gegijzeld door een groep gewapende terroristen in een openbaar gebouw. Hoe zou u reageren in de volgende situaties? Kruis alle stellingen aan die op u van toepassing zouden zijn.| Ik zou alleen gaan zitten en zoveel mogelijk dagdromen en fantaseren. | |
| Ik zou op mijn hoede blijven en mezelf niet toestaan in slaap te vallen. | |
| Ik zou levensverhalen uitwisselen met andere gijzelaars (lotgenoten). | |
| Als er een radio aanwezig is zou ik in de buurt blijven en naar de nieuwsuitzendingen luisteren om te horen wat de politie doet. | |
| Ik let op elke beweging van mijn gijzelnemers en let op hun wapens. | |
| Ik zou zoveel mogelijk proberen te slapen. | |
| Ik zou denken hoe fijn het zou zijn als ik weer thuis kom. | |
| Ik zou zorgen dat ik wist waar alle mogelijke uitgangen zijn. |
Vraag 63
Probeert u zich een zo levendig mogelijke voorstelling te maken van de volgende situatie. Vanwege een grote terugval in verkoopcijfers gaat het gerucht dat een aantal mensen op jouw afdeling moet worden ontslagen. Het hoofd van de afdeling evalueert jouw werk van het afgelopen jaar. De beslissing omtrent de ontslagen is gemaakt en zal over enkele dagen bekend worden gemaakt. Hoe zou u reageren in de volgende situaties? Kruis alle stellingen aan die op u van toepassing zouden zijn.| Ik zou met mijn collega's gaan praten en vragen of zij iets van het afdelingshoofd over mij gehoord hebben. | |
| Ik zou de werktaken voor mijn baan op een rijtje zetten en nagaan of ik deze na behoren heb uitgevoerd. | |
| Ik zou naar de film gaan om met andere dingen bezig te zijn. | |
| Ik probeer me te herinneren of ik met het afdelingshoofd wel eens meningsverschillen of ruzie heb gehad zodat hij/zij misschien een mindere indruk van mij heeft gekregen. | |
| Ik verdring alle gedachten die met het mogelijke ontslag te maken hebben. | |
| Ik vertel mijn partner dat ik liever niet over het onderwerp praat. | |
| Ik probeer me voor te stellen welke medewerkers volgens het afdelingshoofd het slechtst hebben gepresteerd. | |
| Ik zou gewoon met mijn werk door gaan alsof er niets bijzonders aan de hand is. |
Vraag 64
Probeert u zich een zo levendig mogelijke voorstelling te maken van de volgende situatie. U zit in een vliegtuig en plotseling voelt u dat het vliegtuig zakt door hevige turbulentie. Na een enige tijd zegt de gezagvoerder over de intercom dat alles onder controle is, alleen kan de rest van de vlucht erg turbulent blijven. U bent echter niet gerustgesteld door de gezagvoerder. Hoe zou u reageren in de volgende situaties? Kruis alle stellingen aan die op u van toepassing zouden zijn.| Ik zou zorgvuldig de 'flight safety instructions' kaart lezen en kijken waar de nooduitgangen zich bevinden. | |
| Ik zou een praatje maken met mijn buurman. | |
| Ik zou naar het einde van de film kijken, ook als ik de film eerder gezien had. | |
| Ik zou aan een steward/ stewardess vragen wat precies het probleem is. | |
| Ik zou aan een steward/ stewardess een borrel of een kalmeringsmiddel vragen. | |
| Ik zou goed luisteren of ik geen ongewone motorgeluiden hoor en hou het cabinepersoneel in de gaten of zij zich normaal gedragen. | |
| Ik praat met mijn buurman over wat er misschien mis kan zijn. | |
| Ik zou rustig gaan zitten en een tijdschrift lezen of een brief schrijven. |
|
65.
|
Bent u bang voor hoogten? | ||
|
66.
|
Bent u bang voor nauwe ruimtes? | ||
|
67.
|
Vermijd u nauwe plekken zoals liften? |

